Hoogvlieger Ignace, huisringer VOC

Ik merkte Ignace voor het eerst op tijdens mijn poging een vette wasmotlarve in de bek van een gierzwaluw te krijgen. Ze hapte niet toe, dus sperde ik haar broze bek zorgvuldig open om er de voedzame larve in te laten glijden. Vanuit mijn ooghoek zag ik hoe Ignace snel en behendig  een ander exemplaar van deze intrigerende vogelsoort ondersteboven in een koker stak. ‘Deze moet nog wat bijkomen’, hoorde ik hem zeggen. Hij had de volgende gierzwaluw al vast om te meten, te wegen en te ringen. ‘Anders haalt hij de 7000 km niet’. Eens uit het nest, vliegen de jongen alleen en zonder wegbeschrijving over de Sahara recht naar hun winterverblijf in Afrika. Uitgezonderd het broeden, brengt het dier zijn hele leven al vliegend door: Eten, drinken, slapen en paren gebeurt in de lucht. Hij bereikt snelheden van 120 km per uur en vangt in de vlucht per dag zo’n 20.000 insecten.

Mijn lente begint pas goed wanneer ik het krijsen hoor van de gierzwaluwen. Eén schreeuw en mijn blik laat ze niet meer los, die prachtige luchtacrobaten, slechts 16 cm lang, maar met een spanwijdte van 42 cm. Ze grijpen zich met hun kleine bevederde pootjes en met vier naar voren gerichte scherpe nagels vast aan muren of dakranden. Ze leven met zo’n snelheid op alle vlak, dat wij mensen te langzaam zijn om de gierzwaluwen te kunnen begrijpen. Van een dood gevonden gierzwaluw in de toren van Oxford kon dankzij zijn ring de leeftijd worden bepaald: achttien jaar. Deze vogel had in zijn leven een afstand afgelegd die gelijk was aan acht keer heen en weer naar de maan vliegen. Zo schrijft Remco Daalder in zijn boek ‘De Gierzwaluw’.

Op 2 februari gaf Ignace, de vogelringer van het opvangcentrum voor vogels en wilde dieren te Herenthout (VOC), een bijzonder boeiende uiteenzetting over zijn uit de hand gelopen hobby als volledig vergund ringer bij het KBIN (Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen). Samen met 4 andere ringers maakt hij deel uit van werkgroep 35 die vogels ringt van Lier over Herentals, Lichtaart, Ranst tot Broechem. Trouwfeesten zitten er nog wel in, maar om middernacht sluipt Ignace er stiekem tussenuit om de volgende morgen voor dag en dauw klaar te staan met zijn netten.

Van begin augustus tot half november zet hij mistnetten uit op locatie. Bijna dagelijks worden alle vogels geringd die erin vliegen. Kleine karekiet, zwartkop en tjiftjaf worden het meeste gevangen, maar ook zeldzame soorten als braamsluiper, draaihals, grote karekiet, matkopmees, nachtegaal en sperwergrasmus vliegen in het mistnet. Vrijwilligers helpen met het in snel tempo meten, wegen, ringen en terug vrijlaten van de vogels. De vangst en hervangst geeft o.a. informatie over het broedsucces en de invloed van de weersomstandigheden op de vogelpopulatie.  Een slagnet werkt bij het vangen van de blauwe kiekendief. De boomvalk en het smelleken worden gelokt in een haagnet. En wat is het verband tussen een oehoe en het ringen van een wespendief?

Hij vertelde over de nestkastprojecten voor koolmezen, pimpelmezen, kerkuilen, steenuilen en torenvalken in de buurt van Herentals. In het Grenspark Kalmthoutse Heide loopt het nachtzwaluwenproject. Twee op elkaar geplakte zenders worden met touw rond de vogel gebonden. Bij regen lost het touw op, de zenders vallen af en de gegevens worden uitgelezen. In Vorselaar verplaatste een landbouwer zijn zandhoop en liet deze rechttrekken om nestgelegenheid te bieden aan 80 oeverzwaluwen. Deze populatie wordt nu jaarlijks opgevolgd. De boer ontpopte zich tot een echte vogelliefhebber en hing nadien aan elke boom op zijn grondgebied nestkasten in allerlei maten en soorten.

Het ringen zorgt voor een uitgebreide kennis over de aantallen, de overleving en de reproductie. Alle gegevens worden gecentraliseerd in de database van het KBIN. Door het ringen kan men het aantal broedgevallen volgen, de grootte van de nesten en de sterfte onder de jongen. Welke zijn de oorzaken van het vergroten of verkleinen van populaties? Wat kunnen we doen om het verdwijnen van soorten tegen te gaan? In 2011 werden er bij voorbeeld 225 jonge ringmussen op één locatie in Nijlen geringd. In 2019 waren dat er nog maar 30. Het ziet er naar uit dat de ringmus volledig verdwijnt uit de streek.

Aan wie een gewonde of dode geringde vogel vindt, wordt gevraagd deze hier te registeren. Op de website vind je het antwoord op de vragen: Waarom vogels ringen? Hoe medewerker-ringer worden? Hoe meld je de vondst van een geringde vogel? Je kan er de nationale en internationale onderzoeksprogramma’s bekijken en krijgt de vogeltrek van 283 soorten in beeld.

De uiteenzetting eindigde met enkele kritische vragen over het wel en wee van het ringen. Geeft het ringen de vogel niet te veel stress? Is het beschermen niet belangrijker dan het ringen? Kan dat wel, halsringen bij zwanen?

De huisringer stelde ons volkomen gerust. Vogels zijn het – anders dan mensen – gewend om met een constante vorm van stress om te gaan. Ringen en beschermen kan best samengaan. De halsringen zijn verantwoord binnen specifiek gekaderde projecten. Ze leveren informatie voor 20 jaar en het KBIN ziet er nauwgezet op toe dat bij hinder voor de vogels de projecten onmiddellijk stopgezet worden. Ignace was klaar en duidelijk: Ringen is bijzaak. Hoofdzaak is het vergroten van de vogelpopulatie en het in stand houden van soorten.

Bedankt, Ignace, voor zoveel passie en inzet voor de bescherming van de vogels. Nog meer dan voorheen ben ik in de ban van de ring. Ik besef: Een geringde vogel is er twee, en in dit geval, minstens tweehonderd waard!

Foto Bart Cabanier

Natuurpunt wil te weten komen waar in Vlaanderen de gierzwaluw nog nestelt, en heeft hiervoor jouw hulp nodig. Een giervlucht of een nestplaats van de gierzwaluw kan je hier melden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.