De ronde van het VOC

Maandag 21 juni. De Rode Duivels spelen straks tegen Finland. Om 18 u rijd ik het hobbelige pad in aan de Langstraat. Onthaasten gaat vanzelf.  Ik stap uit mijn wagen en hoor het vertrouwde geluid van de vogels en de kikkers. Het werk zit er bijna op, zou je denken. Niet zo op het VOC. De avondshift begint.

Dan is al volop aan het werk in het egelhuis. Het huis lijkt eerder een appartement. Een twintigtal bakken hangen vierhoog tegen de wand. Dan controleert ze één voor één. Ze vult voeding en water aan en maakt de bakken proper waar nodig. Ze verzorgt de gewonden en dient de juiste medicatie toe. Nathalie vind ik terug in de tent. Ze beantwoordt de telefoonoproepen en schotelt ondertussen de merels aangepaste voeding voor. Jan geeft in de verzorgingsruimte de voorlaatste voedermengeling aan de jonge vogels in de couveuse. Aïssa vraagt of we het verder wel runnen met z’n vieren, zodat zij na een lange werkdag op het VOC met een gerust gemoed naar huis kan. Soms komen we handen en voeten te kort, maar we hebben er alle vertrouwen in: Tegen het einde van de avond heeft elk dier gekregen wat het nodig heeft.

Met volle goesting vlieg ik erin. De prooien voor het avondmaal staan netjes klaar. De kerkuilen en de bosuilen in de vliegkooien gooi ik hun portie muizen toe. De kerkuilen komen niet tevoorschijn. De bosuilen vliegen er direct op af. Ik open de kooi van de marters en de vossen. De dieren zijn schichtig en snellen met hun buit naar een veilige plek onder de grond. Ondertussen kijk ik in het ratten- en muizenhok of de dieren voldoende water hebben. Ik vul water bij en sluit de deuren voor de nacht. De kauwen krijgen extra hondenbrokken. De buitenronde zit erop.

Ik maak een blad voor de prooien van morgen. ‘s Avonds halen we de prooien uit de diepvriezer, zodat de ochtendshift meteen kan starten. Ik maak voor elk dier een individuele schotel: darrenbroed en duif voor de wespendief, kuikens voor de buizerd, muizen voor het sperwerjong enz.

In de tent roepen de jonge pimpelmezen vanuit hun kooi om eten. Ik geef de appelvink die gepakt werd door een kat wat meelwormen. De duiven en de Turkse tortels die niet zelfstandig eten geef ik eendenkorrel. Ik haal ze een voor een uit de kooi en controleer de krop. Voel ik geen granen, dan krijgen ze een portie pap toegediend.

Ik zie dat Jan binnen de eendenkuikens ‘droog’ zet. Hij verwijdert het water en zet de kuikens over in een droge bak onder de gloeilamp. ‘De kleine egels in de couveuse in het egelhuis moeten nog elektrolyten (een oplossing van suikers en zouten in water, ideaal als eerste voeding voor moederloze dieren) krijgen!’, roept Dan vanuit de deuropening. ‘Iemand zin?’ Jan vertrekt naar het egelhuis.

In de stille ruimte geef ik twee jonge hazen hun dosis volle pap. Twee donzige sperwers, drie kerkuilen, een grote witte volwassen buizerd, een slechtvalk en een derde sperwerjong moeten even wachten. Een winterkoninkje is ontsnapt in de verzorgingsruimte. Ik zie het, grijp het beet en plaats het terug in zijn kooi. Om 21 uur krijgen de duiven en tortels in de couveuse de nodige hoeveelheid pap nutribird met een kropnaald.

De afwas stapelt zich op, maar eerst nog de roofvogels in de stille ruimte. Vorige week bracht een vrijwilligster van het WTT (Wildlife Taxi Team) een roofvogel binnen met gestreepte borst en buik, bruine bovendelen en smalle lichte randen aan de toppen van de veren. Iemand vond hem in Mechelen op het Douaneplein op de grond. Hij vloog niet. Het dier was geringd. We dachten aan een volwassen toren- of boomvalk, maar na raadpleging van de VOC vogelgids was er geen twijfel mogelijk: Het was een jonge slechtvalk. Ik las zijn ringnummer af en Nathalie noteerde: H205091. Aan de hand van het ringnummer kan het KBIN (Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen) deze vogel verder wetenschappelijk volgen.

Vandaag geef ik deze slechtvalk zijn twee kuikens. Hij eet nog niet zelfstandig, dus reik ik hem zijn voedsel aan. Hij slikt de stukken vlot naar binnen. De overige roofvogels krijgen tot slot hun prooien.

We wassen af, ruimen op en doven het licht in de verzorgingsruimte. We babbelen wat na in de educatieve ruimte. De overwinning van de Duivels hebben we die avond gemist, maar de poten van een jonge slechtvalk in je vingers door je handschoen voelen is vergelijkbaar met het aanhoudend euforisch gejuich na een doelpunt van de snelste Rode Duivel.

Slechtvalk, Falco peregrinus (foto Pixabay)

Ann

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.