Stel je even voor

Stel je even voor. Je eieren zijn uitgebroed. Je drie nog grijsachtige jongen lopen in ganzenpas achter je aan. Je verzamelt je familie en herhaalt snel de belangrijkste regels voor de grote trek. We vliegen dicht en in vaste positie achter elkaar. We lossen de koptrekker om beurten af. We houden samen halt en verliezen niemand uit het oog.

Zo begin je, vanaf je broedplek aan de Barentszzee, met een dertigtal soortgenoten aan de grote overtocht. Je vliegt in zuidwestelijke richting naar Europa. Je lichaam bestaat nu voor 55% uit vet, je darmen zijn 1 m korter. Ook andere organen zijn gekrompen. Je maakt enkele tussenstops, vult je brandstoftank aan en vliegt verder.

Uitgeput van de lange reis kom je begin oktober aan op je winterbestemming. Je geniet van wat sappig, groen raaigras. Je smult van de wortelknolletjes fonteinkruid en van het kranswier langs de waterkant. ’s Avonds roep je je kroost bij elkaar. Al taterend vlieg je richting slaapplek.

Zo breng je de winter door in de Liereman, een voor kleine zwanen veilig en rustig natuurgebied op de grens met Turnhout en Arendonk. Eten is er in overvloed. Je slaapt op het water. Stilaan begin je te dromen van de terugkeer naar Siberië, waar je een nieuw nest zal bouwen.

Drie kleine zwanen ontbreken. Ze zochten naar voedsel langs het kanaal. Een schot. Een tweede. Een derde. De groep vloog verschrikt op. De vogels verloren een groot deel van hun broodnodige energie. Eén zwaan lag dood op de oever. Twee andere dieren werden overgebracht naar opvangcentra in de buurt.

(Op zondag 26/01/2020 werd een kleine zwaan dood uit het water gehaald van het kanaal Schoten-Dessel in Arendonk. Het dier had drie hagelkorrels in de borstkas. Meer info over deze beschermde, met uitsterven bedreigde soort vind je hier. Let op het menselijk geluid.)

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de kleine zwanen die in Arendonk gevonden werden, niet beschoten zijn door jagers, of toch niet door jagers in Arendonk. Wat er mis ging, blijft onduidelijk. Na een autopsie aan de UGent bleek dat de hagelkorreltjes in bindweefsel ingekapseld waren, wat betekent dat de kleine zwanen niet recent beschoten waren. Mogelijke doodsoorzaak zou kunnen zijn: verstikking door een maïskorrel. De ringer, Didier van Geluwe, hoofd van de Belgische ringdienst benadrukt dat bij het ringen geen enkel dier zelfs maar de lichtste verwonding vertoonde en dat er geen zichtbaar effect van stress was. Hij benadrukt dat het ringwerk cruciaal is voor een betere bescherming van de soort.

Bron: Knack.be, 11 februari 2020

Op stap met … de buizerd

foto Bart Cabanier

Hoe het begon. ‘Kijk’, riep een vriend tijdens een sneeuwwandeling in de Ardennen, ‘een roofvogel!’ Ja ja, dacht ik, mooi, heel mooi, zo zag ik er wel meer. Hij duwde zijn verrekijker op mijn neus en daar zag ik hem in het echt: de buizerd. Hoog in de lucht, met roerloos gestrekte vleugels cirkelde hij voor mijn lenzen. Wit, oranje, bruin: Ik keek op de binnenkant van de brede vleugelpennen en luisterde naar zijn prachtig ge-pi-èèèh. Sinds die dag, 24 februari 2018, lieten de vogels mij niet meer los. Ik startte als vrijwilliger bij het VOC en schreef me in voor een jaarcursus vogelkijken.

Ruim een jaar reken ik mezelf tot de bende van de vogelaars. Zoveel als mogelijk ga ik op stap in de natuur, gewapend met verrekijker, regenjas, stapschoenen en smartphone. Al wat ik van ver of dichtbij zie vliegen, krijgt een eervolle vermelding op waarnemingen.be. Ook de Buteo buteo. De voorbije 10 maanden zag ik 26 buizerds, de eerste eind maart in het Groendomein de Averegten in Heist-op-den-Berg, de laatste tijdens een wandeling in het natuurgebied Langdonken in Herselt op kerstdag.

‘De langdonken, een gebied om te koesteren: dopheide, zonnedauw, heidekartelblad, Spaanse ruiter, boompieper en boomvalk. Dit waardevolle natuurgebied herbergt enkel van Europa’s meest bedreigde soorten en biotopen’, las ik op het welkomstbord van Natuurpunt. De wandeling leidde ons door moerassig gebied, langs heide en hooilanden, struwelen en broeken, akkers, bossen en houtwallen.

Ik zag hier en daar een merel, enkele vinken, een zwerm krakende kauwen en dan, totaal onverwacht, een roofvogel tussen de bomen. Waaiervormige staart en in lichte V omhooggehouden vleugels, geen twijfel mogelijk: een buizerd. Hij vloog laag langs de rand van het bos en landde op een tak. Ik wilde mij terplekke installeren voor een urenlange observatie, maar mijn gezelschap trok me verder. Langs de andere kant van de weg, over de boomtoppen, een blauwe reiger. Ik volgde de sierlijke vlucht met mijn kijker: Iets lager, uit het niets, een tweede buizerd op zoek naar een geschikte uitkijkpost voor zijn volgende prooi. Volgens wetenschappelijk onderzoek kan een buizerd een konijn zien flapperen met zijn oren vanop 3,5 km! Wat een prestatie in vergelijking met mijn verrekijker, om maar te zwijgen over mijn eigen wazige ogen. In het schemerdonker liepen we verder en sloten onze wandeling af met een blik op een eenzame nijlgans.

25 december 2019, een zalige kerst, eentje om te koesteren als een buizerd die na zijn verblijf op het VOC wordt vrijgelaten en in cirkels opstijgt over de velden.

Foto Bart Cabanier

In 2019 heeft het VOC 28 buizerds opgevangen en verzorgd.

Natuurpunt stippelde 3 wandelroutes uit (5km-8,20km-6km) vanaf het vertrekpunt de Schuur  Langdonken. Meer info over dit  natuurgebied vind je hier.

Maak van je tuin een jungle

Elk jaar opnieuw verandert de helft van ons 45 vierkante meter tellende gazon in een modderpoel. Vanaf september geraakt het zonlicht niet meer door het gebladerte van de kolossale kastanjeboom en de twee statige beuken uit de aanpalende tuin. De pogingen om onze bescheiden grasmat om te toveren tot een biljartlaken zijn nochtans zo bewonderenswaardig dat ik mijn man na verloop van jaren benoemd heb tot grasspecialist. Engels raaigras, veldbeemdgras, roodzwenkgras, gewoon struisgras en schapengras: Noem een grassoort en hij geeft je de eigenschappen. Als je weet dat gras onder te verdelen is in meer dan 8000 soorten en dat van alle plantenfamilies die van de grassen het grootst is, begrijp je mijn waardering voor dergelijke kennis.

Het is dan ook met een bang hartje dat ik er bij het begin van het jaar voor opperde onze tuin in een nieuw jasje te steken: Geen gras, maar een wildernis. Geen biljart, maar een flipperkast. Een tuin zonder voetbal. Een plek waar de kinderen in verdwijnen als goed gecamoufleerde vlinders en er als apen aan lianen uit tevoorschijn komen. Ik wilde een tuin met een ondoordringbare begroeiing. Een paradijs voor insecten met een variatie aan bessen waar vogels tuk op zijn. De bloemen zouden welig tieren en het lawaai van het voorbijrijdende verkeer zou volledig overstemd worden door gezoem, geruis, geritsel en gefluit.

Mijn man bekeek me alsof ik net was teruggekeerd uit het Amazonewoud. Hij stapte de tuin in, trotseerde de modder en inspecteerde het laatste stukje schapengras. ‘Het zal wel enige tijd duren’, zei hij, ‘maar ik kijk er naar uit om op mijn oude dag in mijn hangmat te genieten van die slingerende apen!’